Is jouw bedrijf klaar voor deze 2 wetswijzigingen in 2027?

Terug naar alle blog posts

2027 komt eraan. En met het nieuwe jaar in zicht, verandert er ook wat op vlak van wetgeving. Voor werkgevers zijn er dit keer twee wijzigingen die er echt toe doen: de verplichte arbeidstijdregistratie en het verplichte mobiliteitsbudget. 

Beide maatregelen komen voort uit het federaal regeerakkoord. De exacte wetteksten zijn er nog niet, maar de krijtlijnen liggen vast. En afwachten is geen strategie. Wie er nu al mee aan de slag gaat, heeft tijd om rustig bij te sturen. 

Wat verandert er concreet, en waar begin je best? 


Verplichte arbeidstijdregistratie 

Vanaf 1 januari 2027 moet elke werkgever de arbeidstijd van werknemers objectief en betrouwbaar registreren. Het Europees Hof van Justitie oordeelde dat regels rond maximumuren en rusttijden enkel afdwingbaar zijn als de gewerkte uren ook effectief geregistreerd worden. België is vandaag een van de laatste Europese landen zonder algemene verplichting, en dat verandert nu. 


Wat houdt de arbeidstijdregistratie in?

De kern is simpel: je moet als werkgever kunnen aantonen wanneer en hoeveel elke werknemer effectief werkt. Niet het uurrooster op papier, maar een registratie van de reële werkuren. Concreet betekent dit dat je moet bijhouden wanneer een werknemer start en stopt met werken. Die gegevens moeten ook objectief en betrouwbaar zijn. 

Vandaag bestaat die verplichting al in specifieke situaties, bijvoorbeeld bij glijdende uurroosters of voor deeltijders met variabele uren. Vanaf 2027 geldt ze in principe voor iedereen, en dat is de grote verandering. Waar tijdsregistratie vandaag vaak nog los staat van de dagelijkse werking, wordt het een structureel onderdeel van hoe je als organisatie werkt. 

De verplichting komt er omdat het zonder registratie moeilijk te controleren is of de regels rond maximumuren, overuren en rusttijden wel nageleefd worden. Bij discussies over overuren of bij een controle ligt de bewijslast bij jou als werkgever. 

Voor wie geldt dit?

De verplichting geldt in principe voor elke werkgever, ongeacht sector of grootte van het bedrijf. Er is wel een groep werknemers waarvoor uitzonderingen gelden. De logica daarachter: sommige functies lenen zich niet goed tot klassieke tijdsregistratie. Bijvoorbeeld wanneer de werknemer zelf bepaalt hoe lang die werkt, of wanneer de aard van het werk geen vaste uren of vaste werkplek kent.  

Dit is het geval voor: 

  • Personen die werken in een familiebedrijf waar alleen bloedverwanten, aanverwanten of pleegkinderen werken onder gezag van vader, moeder of voogd. 
  • Werknemers met een leidinggevende functie of vertrouwenspost. 
  • Handelsvertegenwoordigers. 
  • Huisarbeiders en telewerkers. 
  • Reizend personeel: werknemers die hoofdzakelijk werk uitvoeren buiten de vaste vestiging van de werkgever (denk aan technici en thuisverpleegkundigen). 

Voor bepaalde sectoren, zoals transport, bestaan er vandaag al specifieke registratieregels. Die blijven gewoon van kracht, naast de nieuwe algemene verplichting. 

Wat betekent objectief en betrouwbaar concreet?

Je tijdregistratiesysteem moet objectief en betrouwbaar zijn. Dat betekent niet dat de prikklok terug verplicht wordt. Digitale software, een badgesysteem, een app of een systeem waarbij je enkel afwijkingen op het uurrooster bijhoudt: het kan allemaal. Zolang het de effectief gepresteerde arbeidstijd correct vastlegt. Een systeem dat uren automatisch invult op basis van het geplande rooster, volstaat niet. Geregistreerde gegevens moet je bovendien vijf jaar bewaren en toegankelijk houden voor werknemers en inspectiediensten. 

Wat kan je nu al doen?

Werk je vandaag met Excel, een badgesysteem of specifieke software? Toets dat nu al aan de kerncriteria: is het objectief, betrouwbaar en toegankelijk. Breng ook in kaart hoe er in jouw organisatie effectief gewerkt wordt. Denk aan afwijkingen van het formele uurrooster, thuiswerk of flexibele uren. Zo kies je een systeem dat past bij je organisatie in plaats van dat je achteraf moet bijsturen. 

Verplicht mobiliteitsbudget vanaf 2027 

Sinds 2019 kan je als werkgever al vrijwillig een mobiliteitsbudget aanbieden aan werknemers met een bedrijfswagen. Vanaf 2027 wordt dat voor een deel van de werkgevers een verplichting. De maatregel kadert in het federaal regeerakkoord en moet duurzame mobiliteit stimuleren. 

Wat is een mobiliteitsbudget? 

Een mobiliteitsbudget is een bedrag dat een werknemer krijgt in ruil voor zijn bedrijfswagen. In plaats van met een auto te rijden, kiest de werknemer zelf hoe dat bedrag besteed wordt. Ze kiezen uit drie pijlers die ze vrij kunnen combineren: een milieuvriendelijkere bedrijfswagen, duurzame vervoersoplossingen zoals een fiets of huisvestingskosten dichter bij het werk, en een eventueel resterend saldo dat wordt uitbetaald. 

Het bedrag zelf wordt berekend op basis van de total cost of ownership: alle kosten die de werkgever vandaag effectief draagt voor die bedrijfswagen, dus niet alleen de leaseprijs, maar ook zaken als brandstof, verzekeringen en belastingen. 

Hoe de drie pijlers precies werken en wat er de voorbije jaren al veranderde aan het systeem, lees je hier. 


Voor wie geldt dit?

De basisregel is eenvoudig: elke werkgever die al minstens 36 maanden een of meerdere bedrijfswagens ter beschikking stelt, moet vanaf 2027 het mobiliteitsbudget aanbieden. Die 36 maanden hoeven vanaf 2027 niet langer ononderbroken te zijn. 

Op die regel gelden twee uitzonderingen, gebaseerd op de grootte van je onderneming. Heb je gemiddeld minder dan 15 werknemers? Dan blijft het systeem voor jou volledig vrijwillig. Heb je tussen de 15 en 50 werknemers? Dan ben je vrijgesteld tot eind 2027, en moet je pas vanaf 1 januari 2028 het mobiliteitsbudget aanbieden. Werkgevers met 50 werknemers of meer vallen onder geen enkele uitzondering, en moeten dus vanaf 1 januari 2027 in orde zijn. 

Wat verandert er concreet voor jou als werkgever?

Vandaag beslis je zelf of, en aan wie, je een mobiliteitsbudget aanbiedt. Straks moet elke werknemer die recht heeft op een bedrijfswagen de kans krijgen om die in te ruilen voor het budget. Weiger je een aanvraag, dan moet je dat schriftelijk en objectief motiveren. Belangrijk: de werknemer beslist zelf of hij overstapt. 

Wat kan je nu al doen?

De regels liggen nog niet volledig vast. Op 9 januari 2026 keurde de Ministerraad een voorontwerp van wet goed, maar de sociale partners vroegen nog enkele aanpassingen. Toch is dit het moment om te starten. Breng in kaart wat je huidige wagenpark echt kost en of je onder de verplichting valt op basis van je aantal werknemers. Die analyse vormt straks het vertrekpunt voor het mobiliteitsbudget. 

Onze tip? Begin vandaag met een korte stand van zaken: hoe registreer je momenteel de arbeidstijd, en zal jij verplicht het mobiliteitsbudget moeten aanbieden? Bedrijven die dat nu al weten, staan straks sterker. 

Klaar voor de volgende stap?

Laten we het hebben over jouw carrièredoelen en samen de perfecte opportuniteit voor jou vinden.

Meer Carrièretips

Eindejaarspremie of cafetariaplan, wat kies ik?

December komt eraan, en daarmee ook je eindejaarspremie. Je werkgever biedt je de keuze: gewoon laten uitbetalen, of omzetten via het cafetariaplan. Maar wat is nu eigenlijk de slimste keuze?  Een...